112.nl blijft ook in hoger beroep bij de Staat

4 augustus 2008, 8:13 - Geplaatst onder: Domeinnamen - 5 reacties

112Vorige week besliste het Gerechtshof Amsterdam dat de domeinnaam www.112.nl bij de Staat mag blijven. Bram Heerink had deze domeinnaam lang geleden geregistreerd, maar vorig jaar had de Staat ineens bedacht dat zij een zwaarwegend belang hadden bij deze domeinnaam. In mei vorig jaar moest Heerink de domeinnaam afstaan aan de Staat. Dat vonnis is nu in hoger beroep bekrachtigd. Het is nog onduidelijk of het ministerie 112.nl in de toekomst gaat gebruiken, aldus Nu.nl.

Het Hof lijkt hier terug te gaan naar wat Hugenholtz de Utrechtse belangenafweging noemt: de eigenaar heeft slechts een gering belang bij de domeinnaam en de eisende partij juist een groot belang, dus de domeinnaam moet worden afgestaan (Passies/Gaos).

Een vordering toekennen puur op basis van deze belangenafweging zou niet snel moeten lukken. Er moet allereerst iets onrechtmatigs zijn gebeurd. Pas daarna kan eventueel worden besloten om een recht naar een ander over te laten gaan. Het Hof grijpt dan ook naar de al eerder bepleite figuur van ‘misbruik van bevoegdheid’ (art. 3:13 BW). Wie misbruik maakt van eigendoms- of andere rechten, kan teruggefloten worden. In het “Watertoren-arrest” uit 1936 werd bijvoorbeeld een man verboden een grote, niet-functionele watertoren te bouwen om daarmee zijn buurman dwars te zitten. Maar misbruik van bevoegdheid is wel zeer uitzonderlijk, en ik vind dat het Hof al te snel aanneemt dat Heerink misbruik maakte van de mogelijkheid www.112.nl te registreren.

De motivatie lijkt neer te komen op het feit dat Heerink geen belang had opgegeven om de domeinnaam te mogen gebruiken. Daar tegenover staat een zwaarwegend belang van de Staat om 112.nl te kunnen beheren, want “het publiek [zal] geneigd zijn de domeinnaam www.112.nl te associëren met een website van de Staat.” Het is mij niet duidelijk waarom. Zoals Chavannes al eerder opmerkte, wie een ambulance nodig heeft, bezoekt geen overheidswebsite. En wie voorlichting wil, zal de URL gebruiken die in de overheidsspotjes en folders genoemd wordt: sos112.nl (waar 112.nl nu naar doorlinkt, dus zelfs de Staat ziet weinig waarde voor 112.nl).

Maar zelfs als we aannemen dat heel Nederland op www.112.nl de officiële 112-site zou verwachten, dan nog mag dat geen reden zijn om www.112.nl maar over te zetten naar de Staat. Ook niet als de eigenaar er geen plannen mee heeft. Het gaat er immers niet om of de eigenaar er veel of weinig belang bij heeft, maar of deze redelijkerwijs niet deze domeinnaam had mogen claimen. En dat is wel even een strengere eis dan “u doet er niets mee, dus geef maar af”.

Anton Ekker van Solv zegt nog:

Hoewel dit oordeel op zichzelf begrijpelijk is, dient de rechter in domeinnaamzaken mijns inziens terughoudend te zijn met het toewijzen van een vordering tot overdracht op basis van een belangenafweging. De regelgeving met betrekking tot domeinnamen voorziet immers in welomschreven uitzonderingen op het “wie het eerst komt, die het eerst maalt”-beginsel waar de houder zich op beroept. Opvallend is dan ook dat het Hof hier weinig over zegt.

Arnout Veenman hoopt op een gang naar de Hoge Raad door Heerink.

Dat zou geweldig zijn, want zover ik weet heeft de Hoge Raad tot nu toe nog geen uitspraken gedaan in domeinnaam geschillen en die jurisprudentie kunnen we dus goed gebruiken!

Wat vinden jullie? Had Heerink destijds moeten weten dat hij de Staat grote schade zou toebrengen zonder enig eigen nut of noodzaak om www.112.nl te moeten hebben? Of had de Staat gewoon moeten betalen om deze zoveelste slordigheid met domeinnamen recht te zetten?

Arnoud

of lees de 5 reacties

Proceskostenvergoedingen IE-zaken beperkt

30 juli 2008, 8:59 - Geplaatst onder: Internetrecht - 8 reacties

proceskostenvergoedingRechtszaken over auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten (IE) wijken op één punt af van andere rechtszaken. Bij IE-zaken moet de verliezende partij de werkelijke en volledige proceskosten van de winnende partij vergoeden. Bij andere zaken geldt normaal dat je alleen de “forfaitaire proceskosten” (liquidatietarief) vergoed krijgt. Deze uitzondering is ingevoerd op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG.

Een probleem bij deze regeling is dat hij tot excessen kan leiden. Wie de duurste advocaat inhuurt, kan dreigen met een torenhoge proceskostenvergoeding (denk enkele tienduizenden euro’s) naast de schadevergoeding. Een enkele keer grijpt de rechter nog in door het bedrag te matigen, maar de trend was toch wel om gevraagde vergoedingen toe te kennen.

Per 1 augustus zal daar verandering in komen. De rechtbanken en de Orde van Advocaten hebben in onderling overleg indicatieve maximumtarieven opgesteld voor proceskosten. Zo zou een eenvoudig kort geding nog ‘maar’ 6.000 euro mogen kosten, en een redelijk complexe bodemzaak niet meer dan 25.000 euro. Een bedrag van 40.000 euro zou dus in principe tot het verleden moeten behoren, hoewel het nog steeds mogelijk is om af te wijken:

De tarieven geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat door de bank genomen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet om forfaitaire bedragen, maar om een handvat om de redelijkheid van de gemaakte proceskosten te beoordelen. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend, lager of hoger, bedrag wordt vastgesteld. Verwacht mag worden dat in ieder geval gedetailleerd opgave wordt gedaan van het uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Indien echter aanspraak wordt gemaakt op een hoger bedrag zullen, bij betwisting door de wederpartij, hoge eisen aan de motivering gesteld moeten worden.

Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV noemt het een ‘aderlating’ voor de grote advocatenkantoren:

Met name voor de grote kantoren die dikwijls een astronomisch hoog uurtarief hanteren, zal dat een aderlating zijn. Het komt op dit moment regelmatig voor dat de verliezende partij bedragen van € 40.000 moet ophoesten, simpelweg omdat de andere partij een dure advocaat heeft ingeschakeld. Aan die praktijk moet nu een einde komen.

En terecht. Het Nederlands burgerlijk recht is tenslotte gebaseerd op het idee dat mensen elkaars schade moeten vergoeden, maar partijen mogen elkaar geen boetes of dingen die daarop lijken opleggen. Een extreem hoge proceskostenvergoeding eisen voor een kleinschalige inbreuk is absoluut niet de bedoeling.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

25 juli 2008, 8:27 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - 1 reactie

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden - wat de plaatsing zonder toestemming betreft - die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde ‘boetes’ voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Welke rechter is bevoegd voor internet?

24 juli 2008, 8:21 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Internetrecht - 11 reacties

Welk recht is van toepassing op een website? Rechtsmacht op internet is een bijzonder netelig onderwerp. Zolang alles en iedereen zich in Nederland bevindt, is het duidelijk dat de Nederlandse rechter over een conflict mag beslissen. Maar dat is de uitzondering en niet de regel. In veel gevallen ligt het een stuk complexer. Dan staat de server ergens in Amerika, is het bedrijf Brits en wordt een Nederlandse gebruiker gedupeerd door een valsspeler uit Korea. Of een Fransman wordt besmaad door een Nederlander die iets schreef in de Japanse Wikipedia-pagina.

In andere rechtsgebieden zijn dit soort problemen al aan de orde geweest. Welke rechter is bevoegd als een Frans bedrijf giftig afval in de Maas dumpt, waardoor Belgische koeien die ervan drinken komen te overlijden? Volgens Europese jurisprudentie is dat zowel de Franse als de Belgische rechter. De Franse omdat de handeling in Frankrijk is verricht, en de Belgische omdat het gevolg van de handeling in België merkbaar was. Maar de Belgische rechter mag alleen oordelen over de in België geleden schade. Als er ook een Nederlandse koe zou zijn overleden, had de eigenaar daarvan naar de Nederlandse rechter gekund. De Franse rechter daarentegen kan beslissen over alle schade, ook de schade die in België en in Nederland opgelopen is.

Hoe ga je daarmee om bij internet? Internet is immers wereldwijd toegankelijk. In een recent vonnis over de site Torrent.to kwam dit aan de orde. De rechter overwoog:

Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk in de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat de servers van waaruit de hosting plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast.

In 2003 vond de Utrechtse rechter zichzelf trouwens bevoegd omdat “het schadebrengende feit zich op het internet en derhalve tevens in Nederland en in het arrondissement Utrecht heeft voorgedaan.” Maar in 2005 vond de Haagse rechter zich niet bevoegd bij een geschil over reclame en merkinbreuk via een website waarbij alles erop wees dat deze zich alleen op de VS richtte. De voertaal was Engels, de maten en gewichten waren in inches en ponden, de prijzen in dollars en het telefoonnummer was een 800-nummer dat alleen in de VS gebeld kon worden.

Kortom, de vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Het zal zoals wel vaker afhangen van de omstandigheden van het geval. Of weten jullie een handig en werkbaar criterium?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Zeven rechten bij koop op afstand

14 juli 2008, 8:19 - Geplaatst onder: Internetrecht - 8 reacties

Bij een koop op afstand weet je vaak niet precies wat je nu koopt of bij wie. De wet kent daarom bijzondere regels voor koop op afstand, maar al die nieuwe regels zijn voor veel e-shops vaak lastig. Een overzicht:

  1. Een webwinkel moet vooraf duidelijk zijn identiteit en vestigingsadres melden.
  2. Bij elk product moet de prijs en belangrijkste kenmerken duidelijk vermeld zijn. Ook eventuele leveringskosten en andere voor - waarden moeten goed te vinden zijn.
  3. De webwinkel moet voor of bij het plaatsen van de bestelling verwijzen naar de algemene voorwaarden, anders zijn ze niet van toepassing. Alleen meesturen in de doos is niet genoeg.
  4. De webwinkel moet een bestelling meteen per e-mail of brief bevestigen. In die bevestiging moet nogmaals staan waar het bedrijf gevestigd is, en hoe het zit met ruilen, ontbinden en klachten.
  5. Het product moet binnen 30 dagen geleverd worden. Lukt dat niet, dan moet de webwinkel dat melden. De consument mag dan van de overeenkomst af (als hij dat wil).
  6. Bij aflevering moet de webwinkel duidelijk aangeven dat het product binnen zeven werkdagen mag worden teruggestuurd en hoe dat moet. De webwinkel mag alleen de kosten voor het terugsturen in rekening brengen. Wordt dat niet op de juiste manier gemeld, dan heb je drie maanden om het product terug te sturen.
  7. Een vervangend product leveren mag alleen als die mogelijkheid expliciet op de site was gemeld. Bovendien moet de webwinkel dan zelf de kosten van terugsturen betalen.

Ben ik nog regels vergeten?

Arnoud

of lees de 8 reacties

Blawgroll van het Nederlandse internetrecht

12 juli 2008, 10:18 - Geplaatst onder: Iusmentis, Internetrecht - 2 reacties

Om een of andere reden lijken Nederlandse advocaten en juristen niet zo happig op bloggen, zelfs niet als ze in hun praktijk gericht zijn op internetrecht. Het aantal Nederlandse juridische weblogs (”blawgs”) is dan ook nogal beperkt. Vandaar dat ik het tijd vond om de juristen die wél bloggen eens in het zonnetje te zetten. Goed voorbeeld doet goed volgen, nietwaar?

Het grootste blog is natuurlijk Volledig bericht, pardon Boek 9. Boek 9 was ooit de naam voor het nooit gekomen deel van het Burgerlijk Wetboek over intellectueel eigendom. Dat is dan ook het onderwerp van deze blog. Dagelijks diverse berichten, voornamelijk besprekingen van vonnissen en af en toe een leuke discussie tussen juristen.

Waarschijnlijk het oudste Nederlanse blawg is dat van Solv. Altijd een actueel overzicht van nieuwsberichten over informatierecht van Nu.nl en Webwereld, en Menno Weij en Douwe Linders leveren zeer goede inhoudelijke bijdragen.

Waarschijnlijk het breedste en in ieder geval het enaoudste is Wieringa Advocaten, met ook regelmatig aandacht over internetrecht.

Advocate Magriet Koedoder blogt over met name muziekauteursrecht, en dat heeft vaak interessante raakvlakken met internetrecht natuurlijk. Een aanrader!

Ook over auteursrecht is het blog van Evert van Gelderen van De Gier Stam. Leuk en persoonlijk geschreven.

Joris van Hoboken blogt over zoekmachines en aanverwant internetrecht.

Veel te weinig bloggen advocaat Bart Beuving en Gerrit-Jan Zwenne. Hoewel Zwenne wel al zijn Powerpoints online zet, en daarbij niet schroomt om sheets zonder bolletjes te gebruiken. Hulde!

Rechtenstudent Stefan Kulk blogt daarentegen sinds enige tijd zeer productief verdienstelijk over internetrecht, technologie en nieuwe media. Voorlopig mag hij de op onze handelsnaam inbreuk makende domeinnaam dan ook houden.

Danny Mekic’ is internetondernemer, student, paralegal en expert in met name domeinnamen. Wie nog samenvattingen van rechtenvakken nodig heeft, vindt ze vast op zijn blog.

Mijn collega Steven Ras blogt de laatste tijd wat minder vaak, maar wist in het verleden een paar keer leuk te scoren met bijvoorbeeld de analyse van de algemene voorwaarden van OTTO toen die onbedoeld hun TV’s voor 99 euro in de aanbieding gooiden.

Je zou verwachten dat hoogleraren die zich bezighouden met informatierecht allemaal dagelijks bloggen. Dat valt helaas een beetje tegen. Een positieve uitzondering is Arno Lodder met Jurel over virtuele werelden

Bij Vrijschrift blogt Wouter van Holst veel te weinig maar wel goed.

Ben ik iemand vergeten?

Arnoud

of lees de 2 reacties

‘Europees wetsvoorstel maakt van isp’s politieagenten’

7 juli 2008, 8:21 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Netneutraliteit - 5 reacties

three-strikes.jpgHelp, de EU gaat een three-strikes beleid invoeren: wie drie keer een auteursrecht schendt op internet, raakt zijn of haar internettoegang kwijt. En dit terwijl dat beleid in april nog afgekeurd was. Die enigszins paniekerige boodschap was de aanleiding voor een uitgebreide PR-campagne (die me doet terugdenken aan het begin van het het software-patentendebat, maar dat terzijde).

Maar waar staat dat? In een voorstel tot hervorming van telecomwetgeving stond één ietwat bevoogdende maar verder relatief onschuldige bepaling:

De lidstaten zien erop toe dat wanneer contracten worden gesloten tussen abonnees en aanbieders van elektronische-communicatiediensten en/of -netwerken, bedoelde abonnees alvorens een contract wordt gesloten en op gezette tijden daarna duidelijk worden geïnformeerd over hun verplichting auteursrechten en verwante rechten in acht te nemen. Onverlet het bepaalde in Richtlijn 2000/31/EG betreffende elektronische handel, omvat dit de verplichting om de abonnees te informeren over de meest gebruikelijke inbreuken en de juridische gevolgen daarvan.

In een voorgesteld amendement wordt dit artikel uitgebreid naar een verplichting voor ISP’s om “distribute public interest information to existing and new subscribers when appropriate”. Waarbij “infringement of copyright and related rights” een onderdeel is van “public interest information.” Ik haal daar nog steeds niet meer uit dan voorlichting, maar je zou het ook kunnen lezen als een verplichting om blafbrieven te sturen bij een gedetecteerde vermeende inbreuk door een klant.

Frankrijk is bezig met een wetsvoorstel voor een three strikes-beleid: bij gedetecteerde inbreuk eerst twee waarschuwingen van je ISP, en daarna afsluiting van je internettoegang gedurende een jaar. Het is niet duidelijk of ISP’s daarbij verplicht zullen worden om actief te monitoren (iets dat niet mag onder de huidige Europese wetgeving) of slechts brieven van instanties als BREIN door moeten geven aan klanten.

Inderdaad, dit voorstel kun je lezen als de eerste van die drie stappen. Maar als het de bedoeling zou zijn om iets dergelijks op Europees niveau te introduceren, zou het dan niet handig zijn als de andere twee stappen er ook in staan?

Update (8 juli): bij Nu.nl maakt Toine Manders zich boos over het mailbombardement door mensen die tegen dit voorstel waren. Manders legt uit:

De verzenders menen dat het parlement een voorstel aanneemt waarbij een provider hen afsluit als ze illegale muziek of een film downloaden. “Klopt niet”, zegt Manders. “Het rapport is er juist op gericht consumenten méér rechten en bescherming te geven, zoals het recht op meer informatie over tarieven en leveringsvoorwaarden.”

Via EDRI.

Arnoud

of lees de 5 reacties

Oeps I did it again! (gastpost)

4 juli 2008, 8:56 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 16 reacties

brein.gifNa de welles nietes discussie over de thuiskopie uit illegale bron, ben ik eens op bezoek gegaan bij de website van BREIN. Mijn oog viel daar meteen op de column van Tim Kuik (de directeur van de stichting) getiteld ‘Hans kan niet lezen!’. Hans Bousie is een advocaat gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom. Hans heeft een column geschreven waarin hij reageert op het voorstel van BREIN om naar Brits voorbeeld internetters af te sluiten die de auteurswet overtreden. Hans maakt daarbij alleen een klein foutje, waardoor hij opmerkt dat BREIN het heeft over downloaders, terwijl ze het in werkelijkheid hebben over het uploaders. Tim voelt zich duidelijk aangevallen want hij reageert zo:

Dat draagt niet bij tot het ‘slimme publieke debat’ dat hij naar eigen zeggen voor staat. De feiten Hans, die zijn belangrijk. Dat zou een jurist toch moeten weten. ‘Roept u maar’, roept Hans. Maar Hans zelf lijkt zomaar wat te roepen.

Het beste paard struikelt nooit, zal Tim hebben gedacht. Als je anderen verwijt dat ze niet goed lezen en de wet niet kennen, dan zou het wel prettig zijn als je zelf de reputatie hebt dat je geen of weinig fouten maakt. Als die reputatie ontbreekt dan controleer je tekst op fouten drie keer voor dat je deze online zet, toch???

Het was BREIN die al op 1 juni 2002 nog verklaarde dat het vanzelfsprekend zou zijn dat “het verboden was om illegale MP3 bestanden te downloaden”, want, zo redeneerde men, “konden illegaal verspreide bestanden niet legaal worden door een opvolgend gebruik.”

Vanaf niet later dan 6 april 2003 heeft Brein een column van Kris Wauters op haar site gehad waarin de auteur aangaf dat downloaden verboden was. Ik heb daarbij geen voetnoot van Tim Kuik gezien dat het hier om Belgische wetgeving ging. Volgens mij is dat misleiding.

Tim legt vervolgens in zijn column uit hoe het echt zit, althans hoe hij denk dat het echt zit:

Hierna nog eens hoe het echt zit. Downloaden van muziek en film valt onder de wettelijke uitzondering op het anderszins exclusieve auteurs- en daaraan verwante naburig recht. Dat wil zeggen dat de wet toestaat dat je muziek en film downloadt indien je het zelf voor je eigen gebruik doet en er geen direct of indirect commercieel oogmerk mee dient. Als je dus gratis illegaal aanbod downloadt zodat je het niet hoeft te kopen dan is dat NIET toegestaan. Als je dat in een korte kreet wil samenvatten kun je zeggen ‘verkoop vervangend downloaden is verboden’.

Commercieel oogmerk zou volgens Tim dus wijzen op de situatie dat je als consument de film, liedje, etc. eigenlijk had willen kopen maar dit nu niet doet omdat je het gratis kunt downloaden. Ik kan in ieder geval wel lezen en heb voor jullie gelezen: de van Dale:

com·mer·ci·eel (bijvoeglijk naamwoord; commerciëler, commercieelst)
  1. betr. hebbend op de handel, het zakenleven
  2. gebaseerd op het maken van winst

Tim redeneert dus als volgt: als je de film, liedje, etc. had gekocht, maar dit niet doet omdat je het kunt downloaden dan haal je een financieel voordeel, dat is winst en dus handel je met een commercieel oogmerk. Die uitleg zelf klinkt plausibel maar de toepassing daarvan binnen de context klinkt op z’n zachtst gezegd erg vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geen kamerstukken zijn te vinden die zijn uitleg ondersteunen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 28 482, nr. 3
In het wetsvoorstel wordt met het oog op aanpassing aan de richtlijn maar tevens met het oog op behoud van een wenselijke consumentenvrijheid een wijziging van het regime voor privé-kopiëren voorgesteld. Dit heeft twee oorzaken. In de eerste plaats wordt de tekst van de wet in overeenstemming met de tekst van de richtlijn gebracht. Hoewel het bestaande regime van privé-kopiëren in de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten inhoudelijk niet afwijkt van wat de richtlijn toelaat, namelijk – kort gezegd – het kopiëren van beschermd materiaal door een natuurlijk persoon zonder commercieel oogmerk, heeft het, mede vanuit het uitgangspunt dat waar mogelijk de terminologie van de richtlijn wordt gevolgd met het oog op het bereiken van harmonisatie op de interne markt, de voorkeur de tekst van de wet met die van de richtlijn in overeenstemming te brengen.

Hier wordt commercieel oogmerk duidelijk gekoppeld aan de persoon c.q. de functie die deze uitoefent. Iedereen die niet in of voor deze branche werkt en ten goede trouw is zal bij het lezen van de wetsartikel denken dat consumenten gewoon toegestaan is om privé-kopieën te maken. Een term als commercieel oogmerk zullen zij verbinden aan bijvoorbeeld een professionele opdrachtnemer. En de wetgever is daar geen uitzondering op:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 482, nr. 8
De voorgestelde nieuwe redactie van artikel 16c, eerste lid, beoogde de bepaling meer in lijn te brengen met de redactie van artikel 16b, eerste lid, en hield niet in een uitbreiding van de regeling. Deze leden zij evenwel toegegeven dat de bepaling in een digitale omgeving tot misverstanden omtrent de betekenis en reikwijdte aanleiding kan geven. Bedoeld is dat een privé-kopie slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan, namelijk wanneer het gaat om een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik, zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Dat sluit uit dat dergelijke kopieën in opdracht door een professionele opdrachtnemer worden gemaakt. Anderzijds wil de regeling ook niet in het privé-domein van de gebruiker treden door bijvoorbeeld het maken van een privé-kopie door een familielid zonder commercieel oogmerk te verbieden.

Maar stel dat Tim op dit punt toch gelijk zou krijgt van de rechter, bij voorkeur in een zaak waar hij tegenover een consument staat, hoe dacht hij dan ooit te kunnen bewijzen dat iemand het werk wilde kopen? Dus zelfs als hij gelijk zou hebben, dan maakt dat in praktische zin niet zoveel uit. Degene die de kopie heeft gemaakt, kan er heel simpel onder uit komen door te roepen dat hij het niet wilde kopen. Aangezien de bewijslast bij de eisende partij (Brein) ligt, is simpelweg je mond houden is al genoeg om de dans te ontspringen.

Echter het lijkt mij veel waarschijnlijker dat Tim het gewoon weer fout heeft. En vervolgens van andere verlangt dat zij zijn foute uitleg van de tekst onderschrijven op straffen van een berisping. Dergelijke situaties vind ik altijd opmerkelijk. Tim, als je mee leest, een gratis advies: hou de volgende keer gewoon in het achterhoofd dat je op dit punt al eerder de fout in bent gegaan en stel je wat milder op. Fouten maken is menselijk, dat zou jij toch moeten weten.

Over fouten gesproken, wedden dat de FAQ van Brein er over vijf jaar heel anders uit zou zien wanneer bloggers massaal het citaatrecht aangrepen om kleine stukjes te laten horen van muziek zodat de lezer weet waar de blogger het over heeft?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 16 reacties

Schade door de scheidsrechter

20 juni 2008, 8:13 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 2 reacties

grot-van-rijkdom.jpgEen lezer vroeg zich af hoe het zit met schade veroorzaakt door de spelleiding van zijn online spel. De servers van het spel kunnen tijdelijk onbereikbaar zijn, of bepaalde gegevens kunnen gewist of veranderd worden, zodat de speler een waardevol object kwijtraakt of ineens weer terug is bij af in plaats van in de moeilijk te vinden Grot van Rijkdom. De spelleiding kan besluiten om iedere speler het Harnas van Naktua te geven, waardoor die ene speler die maandenlang als enige daarmee rondliep, ineens zijn grote voordeel kwijt is.

Kan dat zomaar? Ja, in principe wel. Zolang het maar binnen de spelregels of het kader van het spel ligt. Hoe zeldzaam een harnas is, is een beslissing van de spelleiding. Bij fouten ligt dat anders. Als de server het drie dagen niet doet, is dat geen onderdeel van het spel en dus kun je daar de spelleiding (exploitant) op aanspreken.

Natuurlijk heeft de spelleiding in de gebruiksovereenkomst zijn aansprakelijkheid voor schade uitgesloten. Maar daar is wel wat tegen te doen. Een bedrijf mag zijn aansprakelijkheid naar een consument toe niet zomaar uitsluiten. Dat soort bepalingen staan op de “grijze lijst” van verboden algemene voorwaarden (zie wederom hoofdstuk 10). De spelleiding moet een zeer goede reden hebben om aansprakelijkheid af te kunnen wijzen. Bij een gratis spel is die misschien nog wel te bedenken, maar als iemand elke maand 50 euro betaalt om mee te doen, kan de spelleiding niet zomaar de server drie dagen uit laten staan.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Recht op toegang tot internet

19 juni 2008, 8:06 - Geplaatst onder: Internetrecht, Meningsuiting - 7 reacties

scriptieprijsZou ik toch helemaal vergeten om het te melden. Begin juni werd de Internet Scriptieprijs uitgereikt voor de beste scriptie over internetrecht. De winnaar van dit jaar is Marcel van Kuijk, die in Tilburg afstudeerde met het onderwerp ‘Recht op toegang tot internet?

Voor telefonie en andere belangrijke diensten bestaat er een recht op toegang. Iedereen in Nederland kan eisen op het vaste telefoonnetwerk aangesloten te worden. Maar voor internet geldt dat niet. Hoewel het vaak niet moeilijk is om toegang tot internet te krijgen, kun je dat niet eisen. Van Kuijk stelt dan ook de terechte vraag aan de orde of dat niet eens anders zou moeten. “Het internet verdringt de traditionele media van de markt en het duurt niet lang meer voordat het onmogelijk wordt om nog te kunnen functioneren in onze maatschappij zonder internettoegang.”

Maar kan dat juridisch wel afgedwongen worden? Jazeker. Uit de samenvatting:

Er bestaat namelijk een Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het Hof). Deze rechters hebben als taak zich uit te spreken als een burger zich beroept op een vermeende schending van een bepaling van het EVRM. Het Hof heeft in de afgelopen vijf decennia enorm veel jurisprudentie gegenereerd waarin bepalingen uit het EVRM worden uitgelegd en/of geïnterpreteerd. En zo zou het kunnen gebeuren dat een recht op toegang tot het internet in de toekomst ontstaat in de jurisprudentie van het Hof. Ook het EVRM heeft een artikel dat het recht op vrije meningsuiting beschermt, namelijk artikel 10 EVRM. En het lijkt mij logisch dat als er een recht op toegang tot het internet tot ontwikkeling komt, dit gebeurt onder artikel 10 EVRM.

Ook relevant is artikel 19 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Net als artikel 10 EVRM regelt dit artikel de vrije meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om “door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.” Dat is sterker geformuleerd dan artikel 10 EVRM, dat slechts spreekt van “de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden … te verstrekken”. Hoe dan ook, het doet denken aan het recht gevonden te worden waar ik eerder over blogde.

De jury zag de brede, conceptuele aanpak van Van Kuijk als de belangrijkste reden om zijn scriptie te laten winnen:

De jury heeft de scriptie geselecteerd omdat het onderwerp tot op heden maar beperkte aandacht heeft gekregen, terwijl internettoegang een premisse is om volwaardig in de moderne informatiesamenleving te kunnen participeren. De koppeling aan een meer conceptuele benadering is een tweede pluspunt.

De hoofdprijs bestaat uit een geldprijs van 1500 euro, een betaalde studentstage bij Brinkhof, een ADSL-aansluiting van XS4ALL èn publicatie van de scriptie op www.internetscriptieprijs.nl. Hoewel dat laatste eigenlijk met elke scriptie zou moeten gebeuren natuurlijk.

Arnoud

of lees de 7 reacties
Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress